|
Uit de oude doos
De 20e eeuw: teloorgang en
herstel
De naam van de laatste vakmolenaar op de Leumolen, Martinus van de Laar staat in het gebint van de Leumolen gebeiteld. De term vakmolenaar is pas ontstaan in de tweede helft van de vorige eeuw, ter onderscheid van de vrijwillig molenaar. Voor de vakmolenaar was het malen op de molen een broodwinning, het beroep bestaat niet meer. Vrijwillig molenaar is degene die uit hobby en molenbehoud een molen malende houdt.
1915 - 1917
1915 Deze voorzover bekend een na oudste foto van de Leumolen is geplaatst in het geïllustreerde weekblad “De Prins”, het nummer van 24 juli 1915. Nadien is de foto herplaatst in de uitgave “Noord-Brabant en Limburg in beeld”, van A.Loosjes in 1927. Tegen de achtergevel van de molen staat een houten aanbouw. Het onderschrift bij de foto: Oude watermolen, genaamd “St.Ursula”, gelegen in een fraai landschap bij het dorpje Nunhem, ten noorden van Roermond; deze watermolen wordt nog dagelijks gebruikt en goed onderhouden. De oudste foto is 19e eeuws (zie pg Oudste foto).
1917: de Leumolen, de Leubeek, het Leudal (Foto:
Leclercq)
1920 - 1930
detail van een ansichtkaart verstuurd in 1931;
rechtsonder legt een tekenaar de molen vast (met dank aan Wim Bongaerts) Oorgetuige-verslag “Het moet in het midden van de twintiger jaren zijn geweest dat (…) Zo’n molen had ik nog nooit gezien. Het schoepenrad draaide jammer genoeg niet, maar ze legden uit hoe het stromende en neervallende water het rad in beweging zette en hoe dan binnenin de molen een rad in beweging kwam waardoor tenslotte de molenstenen gingen draaien. Af en toe werkte de molen nog, hoorden wij. Maar druk was het er meestal niet.” randstedeling Leni
Verstegen, 70 jaar na dato in het tijdschrift ‘Rondom het Leudal’ over de
Leumolen
1930 - 1940
Engelbewaarder De aandrijving van het maalwerk van de molen gebeurde destijds door een in de kelder geplaatste turbine. In een winternacht, toen van de Laar ’s nachts laat het maalwerk wilde stoppen, kreeg hij de kleppen in de turbine-kelder niet dicht gedraaid doordat zich ijs voor de kleppen had verzameld. Hij daalde via een ladder af naar de bodem van de kelder gewapend met riek en mand om het ijs weg te scheppen. Moeder van de Laar werd midden in de nacht wakker, miste haar man en ging ongerust op zoek. Toen ze hem na lang zoeken in de kelder zag zitten, barstte ze in snikken uit. Van de Laar kwam naar boven om haar te troosten en hij was nog niet van de ladder af of de sluisdeuren begaven het en in luttele seconden stond de kelder onder water. naar de aantekeningen van Tjeu Ramaekers, 1991
Gescalpeerd
Ondernemingslust Jac. van de Laar is een ondernemer en een ongedurig type. Hij werd geboren in 1915 als Jacobus Ludovicus Lambertus en vestigt zich twaalf jaar oud, met vader Martinus van de Laar in 1927 op de Leumolen. Twee jaar later vertrekt hij naar Heythuysen en een jaar daarna naar Kessel, maar keert 5 maanden daarna, in oktober 1930 terug op de Leumolen. Hij blijft er zes jaar en ontplooit in 1935 verschillende activiteiten. Om te beginnen heeft hij in maart ‘wegens de aanschaf van een vrachtauto een aftands paard met tuig en prima lange kar voor ieder bedrijf geschikt’ in de aanbieding. Hij noemt zich in de advertentie molenaar. Zomer 1935 promoot hij de Leumolen als rustplek waar een glaasje gedronken kan worden. Het jaar daarop adverteert hij met het natuurbad “de Leumolen”, goed per auto te bereiken en met voordelig abonnement. De familie is ook aangestoken: een J. van de Laar (Jac?) biedt in 1935 een dames- en heerenkapster aan en Liza van de Laar beveelt zich beleefd aan als naaister. September 1936 vertrekt Jac weer, maar duikt een jaar later weer op om twee jaar later, november 1939, weer op te stappen. Hij komt en gaat nog twee keer, het laatste vertrek is in 1942 naar Beegden.
Een
alcoholvrije drank in de volle natuur
Natuurbad en kampeerterrein “De Leumolen”
Advertenties uit de zomers van 1935 en
1936
Lendedoek “In de jaren tussen 1930 en 1940 was zwemmen een sport waar de geestelijkheid nog een vraagteken bij zette. Doch vader van de Laar trok zich in dit geval niks van de pastoor aan en richtte het weiland voor de molen in voor ‘natterikken’, door o.a. rietmatten te plaatsen die alles aan het oog onttrokken. Zoon Bair van de Laar vertelde dat in die tijd zwembroeken nog onbekend waren. De heren hadden zo’n soort slabbetje tussen de benen. Er liep er eens een bij de molen in de wei die zich met een lendedoek omgord had die ’s morgens waarschijnlijk nog als kleedje voor het handdoekenrek had gehangen. Er stond aan de voorkant op geborduurd: ‘Moeders lieveling’.” door Tjeu Ramaekers,
1991 Schending van de eerbaarheid en
gelummel
de Leubeek 1940 - 1950
pentekening door MdR, ca 1940-1950 WO II Veel molens in Limburg speelden in de laatste oorlogsjaren een belangrijke rol in de voedselvoorziening, vooral watermolens vanwege hun onopvallende bouw konden een bijdrage leveren. Ook de Leumolen heeft naar verluid haar steentje meegemalen. In november 1944 trokken de Duitsers zich terug en ‘Sprengcommandos’ vernielden bruggen, molens en kerken. Op 15 november werd ook de brug bij de Leumolen opgeblazen.
1947, een doorkijkje door de turbinekamer, tegen de
achtergevel staat een afdakje Ursula “Bij de Ursula- of Leu-molen wordt het bos onderbroken door enige akkers en weilanden met populieren. Het molenhuis heeft een groot, afgewolfd pannendak met torentje en oud olieslagwerk; in de voorgevel bevindt zich een nis, waarin vroeger een primitief houten beeld van de H.Ursula stond; het is door de vorige eigenaar meegenomen toen hij de bezitting verkocht.” uit het wandelboek
van Leclercq, 1949 1955 - 1961 De allerlaatste molenaar Geen vakmolenaar, geen vrijwillig molenaar maar de allerlaatste molenaar: Lei Naus (geboren in 1928 en zoon van de gescalpeerde Naus) heeft gedurende vier jaar nadat van de Laar in 1955 vertrokken was, de molen voor eigen gebruik draaiende gehouden. Hij maalde geregeld gerst of haver, tot Staatsbosbeheer overging tot restauratie.
1957: Ursula is verdwenen (Foto: F.
Lahaye)
1960: de stand van zaken vlak voor de
restauratie (Foto’s: J.Th. ter Horst) Restauratie Een paar jaar nadat de Leumolen aan de Staat was verkocht, heeft Staatsbosbeheer met een grootscheepse restauratie de molen in oude luister teruggebracht. Het waterrad is in ere hersteld en de oliemolen gebruiksklaar gemaakt. Het stuwwerk is hernieuwd en uitgerust met houten haspels. Dak en klokketoren zijn vernieuwd, het muurwerk opnieuw gevoegd, de maalstoel en het gangwerk vervangen. Er is een nieuwe Ursula geplaatst en haar naam siert de gevel. Gouverneur (commissaris van de koningin) van de provincie Limburg, F. Houben verrichtte samen met Gène Eggen (de beeldhouwer van Ursula) op 10 juni 1961 de feestelijke opening, nadat het geheel ingezegend is door deken Geurts van Heythuysen. De Cambrinuskapel uit Haelen en het Servaaskoor zorgden voor de muzikale omlijsting en jongelui in historische klederdracht serveerden verversingen en koele dronk vanuit een der schuren, aldus de Maas- en Roerbode. Zelfs het NTS-Journaal gaf aandacht aan de opening.
Foto’s: Rondom het Leudal opening gerestaureerde Leumolen, 1961 (Foto: T.
Lemaire) de jaren 70 Gemotoriseerd verkeer Auto’s mochten tot aan de Leumolen rijden en daar werd gretig gebruik van gemaakt. In 1974 kreeg de molen ongeveer 20.000 bezoekers, waarvan 8.490 hun naam en woonplaats in het gastenboek achterlieten. In het jaarrapport 1979 van de reservaatbewaker: “De aanvoer van recreanten in het algemeen geschiedde in hoofdzaak met personenauto’s, touringcars en slechts een gering aantal met de fiets en nog minder per bromfiets. De parkeerruimte bij de molen, die nauwelijks aanwezig is, gaf nogal aanleiding tot moeilijkheden, vooral met touringcars.” Vijfentwintig jaar en een autoverbod later, bezochten ongeveer 8.000 mensen de molen, waarvan 4.323 het gastenboek tekenden. Een verzuchting van de reservaatbewaker kort na de afsluiting in 1986: “Sinds er geen auto’s mogen komen, komt er niemand meer”.
Het regionale belang van de molen veranderde niet. In 1974 kwamen 13 % van de bezoers uit de regio, 56 % uit overig Limburg, 27 % uit de rest van Nederland en 4% uit het buitenland. In 2004 kwam in de zomermaanden 16 % uit een gebied van 10 km rond de molen, kwam veruit het merendeel van de bezoekers uit de eigen provincie en uit buurprovincie Noord-Brabant en was het aantal buitenlandse bezoekers 7%.
Een sfeerfoto eind 60er, begin 70er jaren (met dank
aan Willem Metselaar)
De bosmolen in de 70er jaren toen winters nog winters
waren; de populieren zijn inmiddels geveld (Foto: Rondom
het Leudal)
|